Wie Anuscka was, laat zich op een pagina als deze maar gedeeltelijk vatten. Ze was de vrouw van Marald, de moeder van Tim en Sem, dochter, zus, vriendin — en in al die rollen herkenbaar dezelfde: warm, eigenwijs, met een droge humor die zelfs in de moeilijkste maanden niet wegging. Voor wie haar echt wil leren kennen zijn de nieuwsbrieven en het gedenkboek de aangewezen plek. Daarin komt ze veel directer tot leven dan in een biografische schets ooit kan.

De jaren voor de ziekte

Anuscka werd geboren op 8 november 1963. Ze trouwde met Marald en kreeg met hem twee kinderen: dochter Tim en, later, zoon Sem. Het gezin woonde in Tilburg en bouwde daar het gewone, drukke leven op dat ouders met jonge kinderen kennen — werk, familie, vakanties, verjaardagen, het soort dagen waarvan je later pas merkt hoe kostbaar ze waren.

De ziekte

In februari 1999 kreeg Anuscka de eerste klachten. In december van datzelfde jaar werd de diagnose gesteld: M. Hodgkin’s lymfoom. De situatie werd gecompliceerd door een zwangerschap; in april 2000 werd Sem geboren, en kort daarna begonnen de behandelingen voor het eerst echt op gang te komen. Tussen 2000 en 2002 volgden meerdere chemokuren, met periodes van herstel en periodes waarin alles opnieuw moest.

In die jaren verhuisde het gezin naar de Mostheuvelstraat 24 in Tilburg, een huis dat beter paste bij wat het leven met de ziekte van Anuscka vroeg. Marald schreef regelmatig nieuwsbrieven aan familie en vrienden om iedereen op de hoogte te houden — eerlijk over wat er gebeurde, maar zonder de toon van een medisch bulletin. Die brieven staan op deze site, en ze zijn nog altijd het beste portret dat van die jaren bestaat.

In maart 2002 onderging Anuscka een poging tot beenmergtransplantatie in het UMC St. Radboud in Nijmegen. Het was de laatste echt grote behandeling. Op 7 juni 2002, om kwart over vier ’s ochtends, is ze thuis overleden. Ze is 38 jaar geworden.

Het afscheid

Op 12 en 13 juni 2002 werd er afscheid genomen. Ongeveer vierhonderd mensen kwamen naar de uitvaart — familie, vrienden, collega’s, buren, mensen uit alle hoeken van haar leven. Het gaf een precies beeld van hoeveel mensen ze geraakt had, en in wat voor uiteenlopende verbanden. Hoe dat was, en hoe ze elkaar daarna hebben opgevangen, is voor een groot deel terug te lezen in het gedenkboek.